Onderhoudsbedrijven: ”We innoveren liefst zonder overheidsbemoeienis”

"In Nederland is onderhoud een groeimarkt die méér dan andere sectoren bereid is substantieel te investeren in innovatieprojecten," volgens het Dutch Institute World Class Maintenance. Veel industriële installaties zijn gebouwd in de jaren vijftig en zestig en naderen hun vervaldag, waardoor levensduurverlengde interventies van cruciaal belang worden. Bovendien: bedrijven willen best zelf investeren in innovatie én in opleiding, zonder dat de overheid tussenkomt. "De overheid moeit zich beter niet!" Dat is - alvast naar Belgische maatstaven - een zéér verrassende conclusie.

"In de Troonrede 2013 werd gesproken over een streefpercentage van 2,5 procent van het nationaal inkomen voor investeringen in R&D in de Nederlandse economie. Met een gemiddeld investeringspercentage van meer dan 5 procent, scoren we in de onderhoudssector vandaag al bovengemiddeld", stelt ir. Lex Besselink, algemeen directeur van DI-WCM, het Dutch Institute World Class Maintenance. De maintenancesector is dus - althans bij onze Noorderburen - een groeimarkt. Ook de nationale onderhoudsvereniging NVDO (de tegenhanger van Belgian Maintenance Association of BEMAS in ons land) kwam in 2012 via onderzoek tot de vaststelling dat 70 procent van de Nederlandse bedrijven verwacht dat hun onderhoudsmarkt 'flink zal groeien'.

Levensduurverlenging wordt essentieel
Deze verwachting is mede gebaseerd op het feit dat veel industriële objecten zijn gebouwd in de jaren vijftig en zestig - net als in België overigens. Veel van die installaties naderen nu het einde van hun levensduur. Levensduurverlengend onderhoud is dan ook actueler dan ooit en de totale toegevoegde waarde van levensduurverlengende ingrepen wordt ingeschat op 1,9 miljard euro in 2020. Het gaat daarbij om een zestal grote sectoren: Vastgoed, Infra, Fleet, Process, Manufacturing en Food Beverage & Farma. Die zijn vandaag goed voor omzetten van 30 à 35 miljard euro, circa 4 procent van het bruto binnenlands product (BBP) in Nederland. De sector biedt naar verluidt werkgelegenheid aan ongeveer 260.000 tot 300.000 beroepsprofessionals.

Ook bereid te innoveren
Er komt dus veel onderhoud op onze Noorderburen af, dat moge duidelijk zijn. Maar ze zijn ook bereid centen uit te geven om onderhoudstechnisch te innoveren, blijkt uit het rapport. Zo verwacht meer dan een kwart van de respondenten tussen de 5 en 10 procent van zijn onderhoudsbudget te investeren in innovatie en een kleine 7 procent zelfs meer dan 10 procent. Slechts 11 procent van de respondenten verwacht er minder dan 5 procent in te pompen. Het doel van de innovatie-inspanning is om het onderhoud van kapitaalintensieve goederen en installaties in onder andere de proces-, luchtvaart-, maritiem- en energie-industrie 'efficiënter en effectiever' uit te kunnen voeren. Met 38,9 procent vinden de meeste respondenten het overigens realistisch dat de eerste resultaten van innovatie verwacht worden tussen 4 maanden en 2 jaar.

Arbeidsmarkt en overheidssteun
Bovendien, en dit lijkt schril af te steken tegen de situatie in België, willen de Nederlandse firma's best zelf investeren in innovatie, zonder dat de overheid via subsidies tussenkomt.Onderhoudstechnische bedrijven zien dat als 'een eigen verantwoordelijkheid en onderdeel van het ondernemerschap'. Via dezelfde weg, die van de investeringen, zal de bedrijfswereld zo ook de toenemende krapte aan gespecialiseerde technische beroepen het hoofd bieden, voorspelt DI-WCM. Een ander rapport (Innovatiebeleid 2011 van de instantie De Rekenkamer) ondersteunt overigens deze toch wel opmerkelijke houding. Daarin wordt gesteld dat overheidsinvesteringen in innovatiebeleid doorgaans niet leiden tot vergroting van het innovatief vermogen. "Innovatie in de maintenance-sector komt dus (best) tot stand zonder financiële bemoeienis van de overheid", stelt het instituut vast. Gevraagd naar mogelijke aandachtsgebieden waarop met innovatie succes kan worden geboekt, noemen de respondenten uit het DI-WCM onderzoek Condition Based Maintenance (CBM) met slimme sensoren, 3D-technologie, augmented reality en robotica. Daarnaast worden innovaties in managementprocessen, asset management en Hands on Tool Time (HoTT) genoteerd.

Cross-sectorale aanpak
Het aanpakken van innovatie door alle sectoren heen, de zogenaamde cross-sectorale aanpak, draagt de voorkeur van 92 procent van de maintenance-professionals weg. De onderkenning van maintenance als eigen, kapitaalkrachtige sector betekent niet dat ook innovatie uitsluitend binnen de sector gedaan moet worden. Het delen van kennis en het voorkomen van 'tunnel denken' op het eigen vakgebied zijn daarbij de belangrijkste toelichtingen.

Onderzoek
Voor het onderzoek waren ruim 900 bedrijven geselecteerd uit de DI-WCM database van ruim 2.200 firma's. Deze bedrijven staan in de database omdat ze óf een onderhoudsbedrijf zijn óf omdat ze dermate veel onderhoud doen dat ze aangemerkt kunnen worden als onderdeel van de ‘maintenancesector’. De respons op deze peiling was 10 procent. "Dat levert geen representatief, maar wel een goed indicatief beeld op", stelt DI-WCM, "van de investeringsbereidheid in innovatie in de maintenancesector." Het onderzoek is uitgevoerd door Nils Cramer, 4de jaar student Commerciële Communicatie aan de Fontys Hogeschool in Tilburg.

Wat is het DI-WCM?
Het Dutch Institute World Class Maintenance streeft voor de kapitaalintensieve industrie (asset owners) naar 'een optimale beschikbaarheid van kapitaalintensieve goederen en installaties tegen zo laag mogelijke levensduurkosten', waardoor de concurrentiepositie verbetert ten opzichte van de nieuw opkomende economieën.Het instituut ziet het als zijn opdracht door versteviging van de samenwerking tussen bestaande netwerken en een geïntegreerde aanpak van Ondernemers, Onderwijs, Onderzoek en Overheid (de 4 O's) een sterke wisselwerking tussen Kennis-Kunde-Kassa te realiseren. Dit is gericht op het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid, de ontwikkeling van World Class Maintenance parken en projectactiviteiten om nieuwe kennis en kunde te vermarkten. De basisidee is dat door clustering nieuwe Maintenance, Repair, Overhaul & Upgrade (MRO&U) activiteiten en logistieke bedrijvigheid ontstaat.

Bron: www.engineeringnet.be

terug naar boven

Altijd op de hoogte blijven? Meld je aan voor onze nieuwsbrief...